‘Rest’ komt ook voort uit het Franse rester (wat overblijft om te doen)

De herkomst van het woord ‘rest’ blijkt dicht te liggen bij dat van ‘rust’. De woorden lijken zelfs verwant.

Om meer gevoel te krijgen voor wat het betekent met resten te werken, ben ik de herkomst van het woord eens nagegaan. Woorden als ‘reste’ of ‘rest van’ duiken in Nederlandse teksten op vanaf de vijftiende eeuw, zo is te vinden in de Nederlandse etymologiebank. Aanvankelijk niet in de betekenis van resten van producten (van textiel bijvoorbeeld), maar in de betekenis van overgebleven mensen. Zoals in een geschrift uit 1415: Die reste van onsen baronen …Sullen varen an die komen daer, wat zoiets betekent als: de rest van de edelen moeten hen die aankomen tegemoet komen. Nu zeggen we natuurlijk ook nog wel: de rest (van de mensen) kan  het beste maar dit of dat gaan doen, kan bijvoorbeeld maar beter thuis blijven.

In de betekenis van stofresten/reststromen – ofwel overschot – hebben etymologen resten pas 150 jaar later gevonden, in een akte uit 1575: de reste vande twee kloosters,  – de ruïne van de twee kloosters. Het Nederlandse reste komt dan van het Franse reste (voor het eerst gesignaleerd in een tekst uit 1230).

Judopakken

Bij een rest denken we gemakkelijk aan iets passiefs. Dat gold in ieder geval voor de resten textiel die ik jarenlang in huis had liggen, iets wat maar steeds bleef liggen en ruimte innam: de bergen dunne truitjes, fladderige broeken en vestjes die we niet meer droegen, de te klein geworden judopakken, de te grote, ooit gekregen strandhanddoeken, de stapel tafelkleden in de kelder…

Dat passieve past ook bij de betekenis van het Latijnse restare – overblijven, achterblijven. Stare betekent staan in het Latijn, restare is dus misschien zoiets geweest als: dat wat is blijven staan, of, waarschijnlijker, mensen die zijn blijven staan, een passief gebeuren dus.

Hondert cronen

Maar het Franse werkwoord rester, wat meer lijkt op ons woord rest, betekent nu juist: wat overblijft om te doen (cursief van mij)’. De Fransen vonden kennelijk dat daar dan nog wel wat mee moest gebeuren…..Een betekenis die we trouwens ook zeker terug vinden in het Nederlandse werkwoord resten. Bijvoorbeeld in ‘… hondert cronen, die ghylieden rest te betalen (tekst uit 1488). Ook in het huidige, niet zoveel meer gebruikte werkwoord ‘Mij rest alleen nog…. vinden we nog dat wat overblijft om te doen.

Handdoeken

Iets met resten willen doen roept natuurlijk meteen de vraag op: wat dan? Daar kun je behoorlijk van in de stress raken. Je kunt immers met ontzettend veel ongesorteerde resten zitten, en alle resten zijn weer anders. Ik ben toen maar gewoon begonnen met een eerste groep: handdoeken. Toevallig had ik namelijk net voor ik met dit onderzoek begon ook nog eens drie vuilniszakken overgebleven textiel gekregen van een tante die naar een verpleeghuis was verhuisd, met daarin zeker twintig handdoeken.

Van stroken versleten witte handdoek bleek ik onverwacht eenvoudig mooie boekenleggers te kunnen maken: ik verfde ze met allerlei mengsels van rode koolsap, azijn, soda, rode biet, kurkuma, avocado en uienschil, en borduurde ze (zie ook Kleurstoffen). Dat gaf weer moed om door te gaan.

Rust, rost en rest

Ik merkte dat het werken met resten me rust gaf (zie ook Stof bewerken voor een betere stemming). Wat blijkt nu ook, uit de etymologiebank? Allerlei varianten van ruste, reste en roste komen in Middelnederduitse, Oudsaksische en Oud-engelse teksten vanaf de dertiende eeuw voor – in de betekenis van ‘rust’. En het Engelse rest betekent nog steeds rust. Dat de woorden rest en rust verwant zijn, is wellicht geen toeval. Misschien moeten we voor een eventuele gemeenschappelijke oorsprong toch maar weer terug naar de passieve, Latijnse term restare: iets wat overblijft. Als er iets overblijft is er genoeg van, en dat geeft rust. Of (ik bedenk maar wat): in rust zie je de resten beter. Nog eentje: wie niet mee op jacht hoeft, kan lekker rustig bij de resten blijven, dan wel er rustig mee gaan werken. Nou ja, zo kun je nog even doorgaan.

Bewaren en waarderen

Zo lijkt het me trouwens ook interessant om na te gaan welke verwantschappen er zijn tussen de woorden bewaren, waarderen en waar. Bijvoorbeeld: voordat je iets bewaart, moet je kiezen wat je bewaart (wat behoorlijk lastig kan zijn) en dus ook wat je waardeert, dan wel wat waarde heeft of wat waar(devol) of waarachtig is, of lijkt.

Ook de herkomst van jurk en rok, waar mijn aangetrouwde neef Neerlandicus Fons Moerdijk op is gepromoveerd wil ik nog bestuderen.

Veel te maken van versleten handdoeken

Van alles kun je maken van versleten handdoeken: pannenlappen, slabbetjes, pantoffels, knuffels.. er is echt veel mogelijk, zo blijkt ook uit de vele inspirerende voorbeelden op onder andere Pinterest. Het spaart geld, en is nog leuk werk ook.

Mijn eerste onderzoek als stofrestenverwerker betrof oude handdoeken. Dat was min of meer toeval. Oktober 2019 hadden we, bovenop onze eigen zakken uit te zoeken textiel, drie vuilniszakken van een tante gekregen, en daar zaten vooral veel handdoeken in.

Meest versleten handdoeken

Voor ik met deze studio begon (november 2019), had ik deze handdoeken zeker nog in de prullenbak gemikt, waarna ze verbrand zouden worden (jaarlijks wordt in Nederland nog ruim vijftig procent van alle textiel verbrand, 130 miljoen kilo). Maar nu vroeg ik me dus af: kon er nog wat van gemaakt? Gelukkig wist een winkel in Ede mijn verpieterde,  dertig jaar oude Pfaff naaimachine en vijftien jaar oude Singer snel te repareren en dus, hup aan de slag. Uit handdoeken van allerlei kleuren knipte ik de beste delen, om er fleurige vaatdoekjes en washandjes van te maken.

Als eerste maakte ik washandjes en vaatdoekjes door twee (gepatchworkte) delen op elkaar te leggen, en de randen om te zomen met kleurige bandjes.. Dat zag er vrolijk uit, maar al na 1 keer wassen waren de bandjes er deels afgesleten en kon het textiel alsnog de prullenbak in. Met bredere banden zouden ze het denk ik wel langer houden.  
Ik maakte een tweede serie vaatdoekjes door stukken (gepatchworkt) handdoek vast te naaien aan even grote stukken oude t-shirt-lapjes en om te keren. Zelf gebruik ik die nog steeds (na zeker twintig keer wassen zien ze er nog goed uit). Dus daarmee heb ik zeker al voor een tientje aan nieuwe doekjes bespaard…. Maar familieleden waren niet enthousiast: volgens hen gingen er bacteriën tussen die lagen zitten.

Uiteindelijk was er, na drie maanden met die handdoeken werken, eigenlijk maar 1 product uitgerold als mogelijk haalbaar om cadeau te geven, of te verkopen: een patchwork washandje. Je pakt de beste handdoekdelen; je patchworkt verschillende kleuren aan elkaar (met festonsteek) zodat ze zich onderscheiden van de effen washandjes uit de winkel; en de voor- en achterkant naai je met de verkeerde kanten aan elkaar, om ze vervolgens om te draaien.

Punt is natuurlijk wel dat de meeste mensen graag (gepatchworkte) washandjes hebben die qua kleur en stijl passen bij de handdoeken die al in de bandkamer liggen – dat bijvoorbeeld in het design hetzelfde blauw of rood terug komt van de handdoek. Daarvoor is dan extra organisatie nodig – de resten moeten immers wel passen bij de nog goede handdoeken…. Zo’n match zou denk ik goed haalbaar zijn in grote hotel-  en zorgketens die langere tijd voor dezelfde stijl handdoeken kiezen.

Slabbetjes, dieren en kruikenzakken

Verder heb ik nog een pannenlap gemaakt, een etui, en handdoek als voering gebruikt in een telefoonhoesje. Maar echt enthousiast werd ik eigenlijk pas over de vele leuke producten die ik op Pinterest en Facebook ontdekte, zoals de meest geinige knuffels (tik in op Pinterest: handdoeken en dieren), prachtig doorgestikte pannenlappen, spuugdoekjes, kruikenzakken, slippers en slabbetjes, zie bijvoorbeeld de blog Tien keer wat te doen met oude handdoeken. Ook de slabbetjes, pantoffels en beertjes op ‘Gooi oude handdoeken niet weg, vijftien tips’  lijken me geschikt voor cadeaus en de verkoop. Al weet ik nu wel hoe makkelijk zoiets is gezegd, en hoeveel tijd het werkelijk kost om van handdoeken producten te maken die daarvoor handig en mooi genoeg zijn.

Log

Het serieus nemen van het feit dat rest afstamt van het Franse rester, ‘wat overblijft om te doen’ (zie ook verslag ‘Rest komt voort uit Franse rester’) bleek meteen die eerste maanden best lastig, in de zin van dat het meer tijd kostte dan ik dacht om tot een cadeau of verkoopbaar product te komen. Ook omdat het gaat om handdoeken, die in feite log en dik zijn vergeleken met bijvoorbeeld staallapjes. Maar niet getreurd, pannenlappen, slabbetjes, pantoffels.. het is mogelijk, getuige de inspirerende foto’s op Internet. En als je geen zin hebt om iets te maken, of te veel oude handdoeken hebt: dierenasiels willen ze ook heel graag. Wellicht dat ze vanuit de loodsen waar gebruikt textiel verzameld wordt, daar ook naar toe gaan. Al heb ik nog geen idee of zij voor dierenasiels juist te veel of te weinig hebben:  ik breng ook de oude, versleten handdoeken in het vervolg dus toch maar daar, in plaats van naar de prullenbak, als ik er niet zelf iets mee wil doen.

In ieder geval: nieuwe ronde, nieuwe kansen, ik kon die moeilijke handdoeken ook gewoon even laten zitten. 1 februari 2020 ging ik daarom gewoon met een nieuwe groep aan de slag: stofstalen.

Van de resten verknipte handdoeken maakte ik in die eerste drie maanden wel ook boekenleggers en een wandkleed voor de gang: daartoe knipte ik van witte handdoek smalle stroken, verfde die  met voedselresten (rode bietenschillen, rode kool, kurkuma, avocadopit, uienschil e.a.), rafelde de randen, en plakt en naaide de stroken op een oud tafelkleed. Dat pakte mooi uit, en bleek erg leuk werk. Zie ook verslagen Stof bewerken voor een betere stemming en Kleuren met kurkuma, advocaat en rodekool
Later (april 2021) bleken oude handdoeken bovendien handig voor het maken van strijkplankhoezen: ze zijn als voering zeker zo geschikt als het schuimige kunststof dat onder mijn oude, lelijk geworden strijkplankhoes zat (paar jaar geleden voor 17,95 gekocht). Als bovenlap gebruikte ik een iets verbleekte sprei, gekocht bij Kringloop Wageningen. Koord erdoorheen, van onder nog wat extra koorden aangenaaid om hem mooi strak te kunnen strikken, en klaar.

Kasten op orde houden

Brief aan mijn vroegere kamergenoot over zich ophopende vintage kleren. Een ideaalbeeld van netjes opgeruimde kasten helpt me tijdverlies en keuzestress tegen te gaan.

Lieve,

Gisteren klaagde je over je ‘Marktplaats tic’, het fenomeen dat je soms wel 1 of 2 uur week op marktplaats naar vintage merkkleding zoekt, en daar dan jaarlijks wel 700 euro of meer aan uitgeeft. Ik zei toen: nou ja, als je het te veel aan kleding, of de kledingstukken die niet passen, naar de lokale kringloop brengt, kun je het ook zien als hobby. Hordes mensen spelen wel 1 of 2 uur per dag computerspelletjes, en geven daar meer geld aan uit. Dan heeft jouw hobby nog als voordeel dat je, als je na wat oefening zogezegd op een hoger ‘level’ komt, er wellicht leuker uitziet voor minder geld. Grote kans ook dat je, met een steeds beter ontwikkelde smaak, de lokale kringloop voorziet van leuke merkkleding omdat je daar regelmatig het te veel aan kleding weer naar toe brengt. Dan zou je deze ‘tic’ ook vrijwilligerswerk en donatie kunnen noemen. De opbrengst van veel kringloopwinkels gaat immers naar het goede doel.

Spierbeweging

Maar zelf sprak je dus over je ‘tic’, en was je niet erg tevreden over dit gedrag. Ik denk dan: omdat je het zonde van je tijd/en of het geld vindt, en/of omdat je negatieve effecten voor de samenleving ziet. Ik heb even opgezocht wat tic nu betekent en inderdaad, een tic is geen compliment. Volgens het Nederlands woordenboek is het een ‘eigenaardig aanwendsel’, een ‘zenuwtrek’, een ‘onwillekeurige beweging van een spier’, en – curieus genoeg – een ‘scheutje drank ergens bij’ (ik heb zelf inderdaad weleens de neiging (tic?) een extra scheutje wijn bij het laatste glas te doen).

Kik

De trein stond op vertrekken, we hadden daarom geen tijd meer om door te spreken waarom je nu eigenlijk niet tevreden was over dat scrollen. Ik ben dus vanmorgen zelf wat gaan klikken, om de voor- en nadelen tegen elkaar af te kunnen wegen. Hieronder volgt nu wat ik vond:

Ik ken zeker de kik van (in ieder geval op het eerste gezicht) leuke kleding voor weinig geld te hebben gekocht, van gescoord te hebben dus, maar althans vanochtend deden me de plaatjes niks. Toen ik op het voor mij onbekende Marktplaats klikte op ‘kleding’ beving me meteen een overweldigende keuzestress, waar ik zo snel mogelijk van af wilde. Dat werd niet beter toen ik naar ‘jassen’ ging. Inderdaad zag ik allerlei leuke, kleurige jassen voor 30 euro of lager, maar de weerzin tegen op dat moment iets te moeten kiezen (of kopen?), en daar energie in te steken, bleef. Zelfs met de voorstelling dat mijn jas versleten zou zijn, en ik een nieuwe nodig had, had ik geen zin om zelfs voor dit experimentje een keuze te maken. Wel tikte ik nog even uit nieuwsgierigheid twee kwaliteitsmerken in. Waarna inderdaad hele leuke, afgeprijsde merkjurken op popten met als topstuk deze (30 euro), die ik op een ander moment misschien wel had gekocht:

Maar nee, ik had geen neiging om door te klikken.

Het was niet de overweldigende hoeveelheid kledingstukken an sich. Want in augustus heb ik nog die superleuke wijde broek gekocht die ik gisteren aanhad. Dat was tijdens een middagje shoppen in Modekwartier Arnhem met Kim. En hoeveel keus heb je daar wel niet? We hebben zeker door 15 originele vintage- en design modezaken gelopen. Maar over die middag, en over die broek, ben ik nog steeds erg tevreden. Wellicht omdat dit een geplande aankoop was: een van onze doelen die middag was namelijk om, met een cadeaubon die ik al een tijdje had liggen, een wijde broek te kopen. En dat doel hadden we gehaald. Daarnaast was het mooi weer, waren de winkels inspirerend en was het gezellig met 2en.

Je zei dat je vaak tijdens de lunchpauze wat scrolde. Of je daar dan achteraf tevreden over bent, hangt dus mogelijk af van het feit of je van te voren had gepland om dat tijdens die pauze te doen, en met welk doel.

Restpartijen

Er is, denk ik, een tweede reden waarom ik vanochtend al binnen tien minuten was afgehaakt, en waarom jij dus mogelijk zo ontevreden met dat scrollen bent. Er stond wel vintage op, maar het platform leek (inmiddels?) toch vooral te verdienen aan nieuwe kledingstukken voor onwaarschijnlijk lage prijzen en gunstige voorwaarden (onwaarschijnlijk in de zin van: daarbij moeten wel mensen en milieu worden uitgebuit). Nu kunnen dit natuurlijk restpartijen van verantwoordelijke merken zijn die anders op de vuilnisbelt zouden belanden, waardoor Marktplaats bijdraagt aan tegengaan van verspilling. Dat zal bijna zeker een gedachte achter het platform zijn (geweest?). Maar op geen enkele manier kreeg ik daar enig inzicht in. Wel zag ik de gebruikelijke trucs om klanten tot impulsaankopen te verleiden, zoals qua vormgeving flink aangezette afprijzingen, zinnen als ‘nog twee stukken over’ en ‘gratis verzending’ en, tot mijn grootste ergernis, elke keer weer oplichtende aanbiedingen terwijl ik allang weer van de site af was.

En dat terwijl on-line aankopen sowieso al meer tot impulsaankopen verleiden, omdat je met een paar klikken kunt kiezen en afrekenen, het anoniem kunt terugsturen en dan ook nog eens je geld terug krijgt (in plaats van een waardebon, zoals bij veel winkels). Al met al heb ik eigenlijk geen enkel idee wie of wat nu achter Marktplaats zit en heb ik dus twijfels bij de drijfveren erachter.

Naai-atelier

Tenslotte nog een mogelijke derde reden waarom ik snel afhaakte, en waarom jij dus misschien ….. nou ja, niet tevreden bent over dat scrollen: Gisteren vertelde ik je al waarom ik nu minder vintage koop dan een paar jaar geleden. Eigenlijk koop ik vrijwel alleen nog wat tweedehands restlappen (drie a vier per maand) en handwerkspullen voor mijn atelier in twee kringloopwinkels in Wageningen (samen voor ongeveer 20 euro per maand), en geen kleren meer. Dat komt omdat ik heel graag mijn twee klerenkasten en stofrestenstudio overzichtelijk houd, wat ook nu al niet makkelijk is, en ik op het moment nauwelijks nog ruimte heb/wil maken voor nieuwe kleren en stoffen. Dan zou ik andere kleren en lappen weg moeten doen, maar dan moet ik opnieuw tijd steken in kiezen wat weg te doen, bovenop het kiezen voor nieuwe – de keuzestress slaat alweer toe… 

Een partij merkkleding ter waarde van 3000 euro voor 125 euro. Hoe houd je hiermee je kast op orde? Of gaat iemand die kleren dan op straat verkopen? Dat kan natuurlijk. Maar waarom staat die aanbieding dan tussen de kleding voor consumenten?

Tot zover weer Lieve. Mijn eigen tien minuten scrollen is echt maar een klein experimentje geweest – nog niet eens een pilot, ofwel: n is 1. Je weet daarmee nog niet waarom jij je scrollen een tic noemt, en er ontevreden over bent. Maar misschien helpt mijn ervaring van vanochtend enigszins om het na te gaan, en te beslissen of je al dan niet actie onderneemt. En anders hoop ik dat je deze brief tenminste met plezier hebt gelezen. Ter bemoediging doe ik mijn ideale naaiatelier erbij, een foto die ik vorig jaar november op Internet tegen kwam (helaas weet ik niet meer van wie hij kwam) en die me sindsdien op het goede spoor houd:

Experimenteren met spijkerstof

Oude spijkerbroeken bevatten stevig en prachtig blauw-wit materiaal om er tassen, yogamatjes, schorten en veel meer van te maken. Wandkleden kan ook, en wat dan nog over is kan soms al industrieel worden verwerkt.

Als derde onderzoek (na handdoeken en stofstalen), startte ik op 1 mei 2020 met versleten spijkerbroeken, omdat spijkerstof zulk stevig en mooi helder blauw met wit materiaal is, en omdat je er zo makkelijk via familie en vrienden aan kunt komen. Het is inderdaad geweldig dankbaar materiaal. Binnen no time had ik van drie gekregen spijkerbroeken van alles gemaakt: twee portemonnees, twee yogamatjes, schoudertas, etuitje …

Yogamatje van stukjes spijkerbroek gemengd met restjes stofstaallapjes. Daarbij heb ik (bescheiden) gebruik gemaakt van Japans borduurwerk (Sashiko), een techniek die goed is te combineren met spijkerstof omdat de steken eenvoudig zijn, en omdat Sashiko van oudsher gebruikt werd voor de verwerking van met denim geverfde lappen.

Vooral was ik verrast door de oneindige hoeveelheid inspirerende spijkerbroekproducten op Pinterest (tik in: ‘spijkerbroeken’ of jeans). De prachtigste tassen, knuffels, dekentjes, pannenlappen, rokken, telefoonhouders en andere accessoires kun je er vinden, vaak ook nog met een filmpje hoe je het maakt. De internationale Do-It-Yourself (DIY) beweging is echt geweldig om inspiratie op te doen, en te leren, ook voor scholen of buurtcentra.

Zie bijvoorbeeld dit fleurig kussen dat ik (via Pinterest) vond op de inspirerende DIY- site Pillarbox blue, met instructieblogs voor kussens, pannenlappen, plantenpotten en andere producten van spijkerstof.

Wandkleed

Hoewel er steeds meer initiatieven zijn om versleten spijkerbroeken industrieel te verwerken – bijvoorbeeld tot isolatiemateriaal of nieuw garen, wilde ik toch zoveel mogelijk alles ervan gebruiken, en zo onderzoeken welke mogelijkheden er als handwerker zijn. Daarom heb ik van de resten van de resten ook een wandkleed gemaakt voor in onze gang, passend bij de wandkleden van gekleurde handdoekstukjes en gevlochten stofstaalreepjes die er nu hangen.

Het wandkleed, geheten in wording, hangt al in onze gang, maar (trouw aan zijn titel) ben ik nog wel van plan meer geometrische vormen erin te borduren, en de vlakken netter af te werken. De restjes zijn geborduurd op een oud dekentje.

In het wandkleed onderzocht ik welke typen ‘weefsels’ of vlakken (combinaties van delen) je van spijkerbroek kunt maken, want die zou je nog eens kunnen gebruiken voor nuttige producten. En ik wil weten in hoeverre je van de echte scrap nog iets moois kunt maken. Daartoe tornde ik eerst alle delen los, zoals ook rits, zakken, bijzakjes en klinknagels. Dan had ik immers de meeste kans op leuke, en later misschien nog eens bruikbare typen vlakken.

Klinknagels

Ik kan niet anders zeggen dan dat mijn waardering voor de spijkerbroek nog eens verder groeide bij het knippen van de delen. Tien minuten tot een kwartier was ik soms wel bezig om zo’n dubbel genaaide zak of rits ongeschonden los te krijgen. Geen wonder dat de patenthouders op die klinknagels en extra sterke werkbroeken, de Duitser Levi Strauss en de Amerikaanse kleermaker John Davis rond 1875 zo’n succes hadden bij de goudzoekers voor wie hun broeken aanvankelijk waren bedoeld (patent nr 139.121, verleend in 1873 in de VS – zie dit filmpje over de geschiedenis).

Moderner

Inmiddels kan het gelukkig wel moderner, lees: circulairder gaan dan in 1875 (!). Bijvoorbeeld in spijkerbroeken van MUD-jeans (‘op weg naar 100 procent circulaire jeans’), zit al 40 % gerecyclelde jeans. En je kunt je jeans er ook huren, wat nog weer meer energie, water en katoen scheelt. Zie ook Industriele oplossingen voor de resten van de resten).

Detail van de geborduurde huisjes op het wandkleed.
Eenmaal losgeknipt, geeft het samenvoegen van de verschillende delen verschillende typen vlakken. Detail van tegen elkaar gelegde (geborduurde) banden en gerafelde brede repen.
Kenmerkend aan denim is de witte scheringdraad, doorweven met een inslagdraad die is gekleurd met synthetisch gemaakt indigo. Die witte scheringdraad bleek gelukkig ook mooi te rafelen, wat mijn mogelijkheden voor mooie vlakken (hier: gevlochten smalle repen) nog weer vergrootte.

Gedichten over stof

Stof zit ook in de lucht, waar het kan zweven, vallen en dansen, zo blijkt uit twee heel verschillende gedichten.

18 januari 2021

Stof betekent natuurlijk ook nog iets anders dan lap. Het zit ook, onzichtbaar meestal, in de lucht.Een van de eerste teksten die ik ooit heb geschreven, en ook op muziek heb gezet (in 1982 voor vierstemmig zang), was het volgende gedicht:

Ziedaar een stofje

Zomaar zwevend

Zonder doel

Gedwongen door tocht

Rusteloos te zoeken

Naar een stilstand

Om tenslotte te vallen

15 februari 2021

Eerlijk gezegd is dit het enige serieuze gedicht dat ik ooit heb geschreven. De rest van mijn literaire teksten waren allemaal, het was jaren tachtig, liedjesteksten á la die van Annie M.G. Schmidt (niet zo goed natuurlijk). Ik denk me het moment nog te kunnen herinneren dat ik dit stofgedicht schreef – op een saaie middag in de woonkamer van mijn ouders – maar ik herinner me niet dat ik er een bepaalde bedoeling mee had, dat ik er een beeld mee wilde neerzetten, of een gedachte over stof of het leven mee wilde uitdrukken. Ik denk ook niet dat ik destijds écht stof zag zweven en daarom ging schrijven, maar misschien ook wel. Hoe het ook geweest zij, toen ik dit gedicht vorige maand nog eens aanhaalde omdat het zo goed bij mijn stofrestenstudio past, bedacht ik dat als ik nog eens een ander gedicht over stof tegen zou komen, dit ook zou opnemen.

En warempel, afgelopen vrijdag recenseerde schrijver en beeldend kunstenaar Maria Barnas de nieuwe gedichtenbundel ‘Nergens anders’ van Hans Tentije (pseudoniem voor Johann Krämer). Met, het staat er echt, een stukje poëzie van hem uit 1990 dat óók begint met stof, in dit geval: zichtbaar stof omdat er licht erop schijnt:

‘Stof danst in de baan van de projector, in de flakkering van de bij elkaar op het scherm aansluiting zoekende, elkaar aanklampende beelden – van wat zich uit mij losmaakt, zich van zichzelf bevrijdt. Op het eigenlijke, het wezenlijke dat door het verhaal heen schemert of dat zich in een flits zou kunnen openbaren, ook nu is het daarop wachten.’

Dansen

Nu ben ik toch benieuwd: Heeft Hans Tentije destijds werkelijk in flakkerende beelden van een projector stof zien dansen, raakte hem dat en is hij daarom gaan dichten? Of wilde hij uitdrukking geven aan een gevoel dat verder niet zoveel met dat beeld te maken heeft? Ik geloof dat ik het zelf ook wel eens gezien heb, stof in flakkerende beelden, en dat het beeld dus wel kan kloppen. Al is ‘dansen’ natuurlijk een projectie. Net als, bij mij, ‘zweven zonder doel’. Dansen vind ik voor stofjes eigenlijk mooier. Want dansen heeft wel een soort van doel, in ieder geval, een goede reden om het te doen: namelijk samen een leuke tijd hebben. Bij mij had het zweven van dat ene stofje destijds geen doel – dat staat er ook nadrukkelijk bij. Al had dat natuurlijk best gekund: in je eentje zomaar wat zweven kan ook leuk zijn, en dus een reden waarom je dat zou gaan doen.

Aanklampende beelden

Ik weet dat ik meer betekenis leg in beide gedichten dan waarschijnlijk is bedoeld, in ieder geval in de mijne, en een gedicht over een stofje is ook niet echt te vergelijken met een gedicht over elkaar zoekende beelden die zich weer bevrijden. Maar ik doe het toch.

Niet alleen heeft Tentije het over stof – dus meerdere stofjes in plaats van een enkel stofje –  het gaat ook nog eens om (meerdere) beelden die elkaar zoeken en zich zelfs aan elkaar klampen. Dit gaat toch wel echt een heel andere kant op dan mijn gedicht van destijds. Hierbij vergeleken schreef ik een echt loners gedicht. Al zit er in dat aan elkaar klampen ook wel iets gedwongens. Als hier sprake van projectie is, en dat moet haast wel want beelden klampen zich niet echt aan elkaar, kun je je afvragen wat vervelender is: als beeld(en) te worden gedwongen je aan andere beelden te klampen, of als stofje te worden opgejaagd rusteloos te zoeken? Ik weet het echt niet. Maar goed, de beelden bevrijden zich uiteindelijk wel van de dichter en van elkaar en dat is mooi. In mijn gedicht eindigt dat eenzame stofje zonder beelden nogal kaal in een val.  

Flitsende openbaring

Uiteindelijk wacht de dichter dus op het ‘eigenlijke, het wezenlijke dat door het verhaal heen schemert of zich in een flits zou kunnen openbaren.’ Vooral daarmee kan de strekking van dit gedicht niet méér verschillen van hoe ik zelf nu mijn eigen gedicht uit 1982 ervaar.

Niet alleen schreef ik destijds dus over een enkel stofje dat maar wat zweeft tot hij valt punt. De beweging van het stofje heeft ook geen doel. Een verhaal, laat staan een flitsende openbaring verwachten van die beweging zou absurd zijn. Voor Hans Tentije lijkt het vanzelfsprekend dat de aanklampende beelden die zich van hem losmaken een verhaal bevatten. Een verhaal is zelfs niet genoeg, hij wacht op het eigenlijke, het wezenlijke dat erdoorheen schemert. Ik zou zeggen: alleen als in zijn gedicht nu eigenlijk het dansende stof centraal zou staan, dan zou het weer wat meer lijken op dat van mij.

Maar ja, wat is dit voor vergelijking? Ik snap Tentije’s gedicht wel. Nu zit ik zelf toch ook weer met beelden over iets wat daar onmogelijk mee is te beschrijven een verhaal te vertellen, en te hopen iets wezenlijks te op te schrijven…

23 februari 2021

Misschien is het gedicht van Herman de Koninck dat ik gisteren op Neerlandistiek tegen kwam hier een goede aanvulling. Beelden en verhalen, verhalen die je zelf blijft herhalen, of die je steeds maar weer te horen krijgt, kunnen in de weg zitten, hinderlijk zijn als je je er niet van los kunt maken. Maar poëzie – bij uitstek beelden – kan zo niet zijn. Poëzie wil denk ik alleen maar deelgenoot maken, het wil niet overtuigen of iets veranderen, waarmee niet is gezegd dat poëzie niet helpt, of dat de dichter de situatie niet graag anders zou willen hebben. Of, zoals De Koninck het verwoordde:

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt: mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt verdrietje, en het helpt niet;

Zoals je een hand op haar hete voorhoofdje legt, zo dun als sneeuw gaat liggen, en het helpt niet;

Zo helpt poëzie.